De nieuwe wet op de pleziervaart. 
Hieronder vindt u de nieuwe aanpassingen. 
WWSV eist hier echter overgangsmaatregelen! Lees hier maar daarover!

Vereenvoudigde registratie 

Vanaf 1 september 2019 gelden volgende regels in verband met de registratie. 
 
Om op de Belgische wateren te mogen varen, is een registratie nodig: dit kan zowel een Belgische registratie zijn als een registratie in het buitenland. 
 
In plaats van twee soorten registratie (een vlaggenbrief voor de zee en het immatriculatiedocument voor binnenwateren), is er nog maar één unieke registratiebrief. 
 
Een Belgische registratie is enkel mogelijk wanneer er een band met België is, dit is het geval wanneer de eigendom van het pleziervaartuig: 

  • voor meer dan 50% in eigendom is van een Belg of in België wonende persoon 
  • voor 50% in eigendom is van een rechtspersoon ingeschreven in de Kruispuntbank voor Ondernemingen 
  • een combinatie van de twee bovenstaande is indien er mede-eigendom is van een natuurlijke persoon en rechtspersoon. 

 
De registratiebrief is 5 jaar geldig, en wordt gratis vernieuwd bij bevestiging door de eigenaar, behalve een aantal uitzonderingen zoals verkoop, ingrijpende verbouwing, … 
 
De overgang naar een unieke registratiebrief zal soepel verlopen. De huidige vlaggenbrieven blijven hun geldigheid bewaren. Bij het vervallen van de vlaggenbrief dient een nieuwe registratiebrief aangevraagd worden. Op dat moment zijn de nieuwe vereisten inzake de band met België van toepassing. De immatriculatiedocumenten zullen de komende 5 jaar hun geldigheid verliezen en worden vervangen door een registratiebrief. De betrokken eigenaars worden hierover gecontacteerd. 
 
Ook vaartuigen langer dan 24m kunnen als pleziervaartuig geregistreerd worden. 
 
Voor pleziervaartuigen die over een Uniebinnenvaartcertificaat beschikken en enkel in de binnenwateren en de havens varen, geldt dit Uniebinnenvaartcertificaat als registratiebrief. 
 
Pleziervaartuigen voor bedrijfs- of beroepsgebruik dienen bovendien te beschikken over een geldig certificaat van deugdelijkheid vooraleer een registratiebrief kan bekomen worden. 
 
Meer info
 
 

Wanneer is een brevet verplicht? 

Momenteel is er een verplichting van brevet op de binnenwateren als het pleziervaartuig 

  • door een motor voortbewogen sneller dan 20 km/u kan varen, of 
  • een romplengte van meer dan 15m heeft. 

 
Deze verplichting wordt vanaf 1 januari 2022 doorgetrokken naar de zee. 
 
Bij bedrijfs- of beroepsmatig gebruik op de binnenwateren is er nu ook een verplichting van brevet. 
 
Op zee is bij bedrijfs- of beroepsmatig gebruik een yachtman voldoende als men binnen het Belgische gebied blijft (havens, Territoriale Zee, EEZ). Daarbuiten geldt de STCW-verplichting. 
 
Meer info
 
 

Hoe behaal ik mijn brevet?

De Belgische vaarbrevetten blijven behouden: Beperkt Stuurbrevet, Algemeen Stuurbrevet, Yachtman, Yachtnavigator. 
 
Het brevet kan behaald worden vanaf 16 jaar. 
 
Vanaf 1 januari 2020 komt er een nieuwe modulaire structuur: je begint met Beperkt Stuurbrevet en zo bouw je stap voor stap verder. Er komt een duidelijk overzicht van de leerstof die wordt bevraagd in het examen per brevet. 
 
Vanaf 1 januari 2021 komt er een praktijktest, met duidelijke doelstellingen, om een brevet te behalen. Tot die datum blijft de huidige aanpak voor het praktijkgedeelte geldig. 
 
Meer info
 
 

Welke uitrusting moet ik aan boord hebben? 

Vanaf midden mei 2020 is er een lijst van verplichte uitrusting, die rekening houdt met de afstand tot de kust. Pleziervaartuigen ingeschreven voor de ‘binnenwateren’, moeten daarnaast steeds minstens de minimumlijst ‘binnenwateren’ aan boord hebben. Pleziervaartuigen ingeschreven voor ‘zee en binnenwateren’, moeten daarenboven minstens de minimumlijst ‘zee en binnenwateren’ aan boord hebben. 
 
Deze lijst zal in samenspraak met de sector de komende jaren telkens bijgewerkt worden om zo vlot het gebruik van nieuwe, moderne middelen mogelijk te maken. 
 
Deze lijst zal in het najaar op de website bekend gemaakt worden. 
 
Voorlopig blijft de bestaande lijst van uitrusting van kracht. 
 
Meer info
 
 

Moet ik mijn reddingsvest dragen? 

Voor de veiligheid van elke opvarende is het altijd aangewezen de reddingsvest te dragen – zowel op de binnenwateren als op zee. In bepaalde omstandigheden zijn de risico’s groter en is het dragen verplicht. 
 
Op zee is het dragen van een reddingsvest verplicht aan boord van een pleziervaartuig, onder volgende omstandigheden: 

  • als de (significante) golfhoogte 1m of meer bedraagt of; 
  • tussen zonsondergang en zonsopgang of; 
  • tussen 16 oktober en 15 mei. 

 
Verder geldt de verplichting steeds: 

  • voor alle opvarenden tot 12 jaar of; 
  • wanneer het pleziervaartuig 6,5m of korter is. 

 
In de kajuit geldt deze verplichting niet. 
 
De verplichting geldt niet voor pleziervaartuigen 

  • groter dan 24m of; 
  • met een vaste reling van 1,10m hoog. 

 
Voor pleziervaartuigen tot 6,5m binnen de 2 zeemijl mag de reddingsvest vervangen worden door een zwemvest. 
 
Nieuw op de binnenwateren is de verplichting om bij verhuur van kano’s, kajaks, gondels en waterfietsen zwemvesten aan boord te voorzien. Het dragen wordt ten zeerste aangeraden. 
 
Meer info
 
 

Kleinzeilerij - 3/4 Bf regel valt weg 

Er wordt niet langer een beperking opgelegd qua windsterkte voor kleine vaartuigen (de zogenaamde 3/4 Beaufort regel is afgeschaft). Dat maakt dat de kleinzeilerijvaartuigen hun ontspanningsactiviteiten ook kunnen uitvoeren bij hogere wind- en golfcondities. 
 
Vaartuigen kleiner dan 6m moeten wel binnen de 2 zeemijl van de kust blijven als de (significante) golfhoogte 1m of meer bedraagt. 
 
Meer info
 
 

Handelaarsplaten 

Handelaars in de pleziervaart hebben vanaf 1 september 2019 de mogelijkheid een handelaarsplaat aan te vragen (vergelijkbaar met de ‘Z-plaat’ voor voertuigen op de weg): zij kunnen een toelating van één jaar aanvragen om niet-geregistreerde pleziervaartuigen tijdelijk te gebruiken en beperkt in vaargebied, zonder dat het pleziervaartuig moet geregistreerd zijn en zonder dat er een vergoeding door de onderneming mag aangerekend worden aan derden. 
 
Er is hierbij enkel een beperkt gebruik mogelijk: demonstratievaart, proefvaart, promotievaart, uitzonderlijke vaart naar de werf of het afgemeerd liggen bij de onderneming. 
 
Meer info
 
 

Grote pleziervaartuigen op zee 

Vanaf 1 september 2019 kunnen ook pleziervaartuigen met een romplengte van meer dan 24m ingeschreven worden in het Belgisch register van de pleziervaartuigen. 
 
Ze vallen onder een speciale regeling voor wat betreft certificatie en uitrusting. 
 
Meer info 
 
 

Bedrijfs- of beroepsmatig gebruik op de binnenwateren 

Vanaf 1 september 2019 moeten pleziervaartuigen op de binnenwateren die ingezet worden voor bedrijfs- of beroepsmatig gebruik (bijvoorbeeld verhuur) ook voorzien worden van een Certificaat van Deugdelijkheid – hiertoe moet het vaartuig onderworpen worden aan een technische schouwing. 
 
Voor grote binnenvaartuigen zijn er speciale vereisten.  
 
Meer info

Wetgeving watersport en clubs

Regels van toepassing op de Belgische Waterwegen

Op de scheepvaartwegen van het Koninkrijk:
K.B. van 15.10.1935 - Algemeen Reglement der scheepvaartwegen van het Koninkrijk.
Op de binnenwateren van het Koninkrijk:
K.B. van 24.09.2006 - Algemeen Politie Reglement voor de scheepvaart op de binnenwateren.
Op de Belgische territoriale zee, kusthavens en stranden:
K.B. van 04.08.1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust
Op het kanaal Gent-Terneuzen:
K.B. van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen
Op de beneden-Zeeschelde:
K.B. van 23 september 1992 houdende politiereglement van de Beneden-Zeeschelde
K.B. van 23 september 1992 houdende scheepvaartreglement voor de Beneden-Zeeschelde
Op het kanaal Brussel-Schelde:
K.B. van 18 augustus 1975 houdende het reglement van politie en scheepvaart voor het Kanaal van Brussel naar de Rupel en voor de Haven van Brussel
Op de gemeenschappelijke Maas:
Overeenkomst van 6 januari 1993 tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden tot regeling van het scheepvaartverkeer en van de recreatie op de gemeenschappelijke Maas
Op andere scheepvaartwegen:
Koninklijk besluit van 7 september 1950 houdende bijzondere reglementen van sommige scheepvaartwegen
Overige wetgeving mogelijks van toepassing:
Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 

 

4 NOVEMBER 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van verschillende koninklijke besluiten betreffende scheepvaartveiligheid

 

Koninklijk Besluit van 15.03.1966 betreffende de vlaggenbrieven en de uitrusting van de pleziervaartuigen.

28 MAART 2001. - Koninklijk besluit betreffende de veiligheid van speeltoestellen
28 MAART 2001. - Koninklijk besluit betreffende de uitbating van speelterreinen

 

31 MEI 2001. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 augustus 1981 houdende politie- en scheepvaartreglement voor de Belgische territoriale zee, de havens en de stranden van de Belgische kust, wat het windsurfen betreft

 

27.12.2004: Programmawet inzake diesel voor pleziervaartuigen
Extra verzamelde informatie

 

 
23 FEBRUARI 2005. - Koninklijk besluit houdende vaststelling van essentiële veiligheidseisen en van essentiële eisen in verband met de geluids- en uitlaatemissies voor pleziervaartuigen

 
24 MEI 2006. - Koninklijk besluit inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden.
 


22 JUNI 2016. - Koninklijk besluit betreffende de brandingsporten

Website Kitesafe
 


4-9-2014 : Nieuwe STCW certificaten voor commerciële pleziervaart.
Dhr. Marc Broucke, adviseur-generaal bij FOD Mobiliteit, deelt ons mede dat er op 4 september 2014 een nieuw besluit verschenen is "Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 mei 2006 inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1973 houdende zeevaartinspectiereglement".
In dit besluit worden 2 nieuwe STCW certificaten voor commerciële pleziervaart ingevoerd:

Voorschrift VII/14: Verplichte minimumeisen inzake vaarbevoegdheidsverlening voor officieren belast met de brugwacht op commerciële pleziervaartuigen met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 die worden gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust:
1. Iedere officier belast met de brugwacht op een commercieel pleziervaartuig met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 dat wordt gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust is in het bezit van een passend vaarbevoegdheidsbewijs.
2. Ieder die een passend vaarbevoegdheidsbewijs overeenkomstig punt 1 wenst te verkrijgen, moet:
2.1. niet jonger zijn dan 18 jaar;
2.2. een goedgekeurde diensttijd aan dek van ten minste 1 jaar hebben voltooid na de leeftijd van 16 jaar;
2.3. voldoen aan de geldende eisen van de voorschriften van hoofdstuk IV, voor zover van toepassing, om radiowerkzaamheden te verrichten in overeenstemming met het radioreglement;
2.4. een goedgekeurde studie en opleiding hebben voltooid en voldoen aan de bekwaamheidsnormen van sectie A-II/3 van de STCW-code voor officieren belast met brugwacht op zeeschepen met een brutotonnenmaat van minder dan 500 met uitzondering van de bekwaamheidsnormen vermeld in de tabel onder de titel "Functie: Behandelen en stuwen van lading op operationeel niveau" van sectie A-II/3 van de STCW-code; met dien verstande dat de vereisten bedoeld in kolom 2 van tabel A-II/3 van sectie A-II/3 van de STCW-code slechts van toepassing zijn in zoverre ze relevant zijn voor een commercieel pleziervaartuig met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 dat wordt gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust en rekening houdend met de veiligheid van alle zeeschepen die zich in dezelfde wateren kunnen bevinden;
2.5. een goedgekeurde praktische proef hebben afgelegd waarmee in de praktijk wordt aangetoond dat aan de bekwaamheidsnormen vermeld in punt 2.4 werd voldaan.
Voorschrift VII/15: Verplichte minimumeisen inzake vaarbevoegdheidsverlening voor kapiteins dienstdoende op commerciële pleziervaartuigen met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 die worden gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust:
1. Iedere kapitein dienst doen op een commercieel pleziervaartuig met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 dat wordt gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust is in het bezit van een passend vaarbevoegdheidsbewijs.
2. Ieder die een passend vaarbevoegdheidsbewijs overeenkomstig punt 1 wenst te verkrijgen, moet:
2.1. voldoen aan de eisen inzake vaarbevoegdheidsverlening voor een officier belast met de brugwacht zoals bepaald in VII/14, en in die hoedanigheid ten minste 12 maanden goedgekeurde diensttijd hebben behaald; en
2.2. een goedgekeurde studie en opleiding hebben voltooid en voldoen aan de bekwaamheidsnormen van sectie A-II/3 van de STCW-code voor kapiteins op zeeschepen met een brutotonnenmaat van minder dan 500 en aan de bekwaamheidsnormen van sectie A-V/2 van de STCW-code, met uitzondering van de bekwaamheidsnormen vermeld in de tabel onder de titel "Functie: Behandelen en stuwen van lading op operationeelniveau" van sectie A-II/3 van de STCW-code met dien verstande dat de vereisten bedoeld in kolom 2 van tabel A-II/3 van sectie A-II/3 van de STCW-code en de vereisten van sectie A-V/2van de STCW-code slechts van toepassing zijn in zoverre ze relevant zijn voor een commercieel pleziervaartuig met een lengte over alles tussen 2,5 en 24 meter of met een brutotonnenmaat van minder dan 200 dat wordt gebruikt voor reizen binnen 30 zeemijl uit een kust en rekening houdend met de veiligheid van alle zeeschepen die zich in dezelfde wateren kunnen bevinden.
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 mei 2006 inzake vaarbevoegdheidsbewijzen voor zeevarenden en tot wijziging van het koninklijk besluit van 1973 houdende zeevaartinspectiereglement.